Een discussie over de Superdivisie
VoV, 16-04-2026. 11:30 uur. Als het doel van de oprichting van de Superdivisie was om een sterkere competitie te creëren tussen de Eredivisie en de Topdivisie, dan kunnen we na twee seizoenen concluderen dat dit doel is bereikt.
De Superdivisie is uitgegroeid tot een aantrekkelijke en competitieve competitie, waarin ploegen aan elkaar gewaagd zijn en iedereen van iedereen kan winnen. Het niveau doet daarbij vaak niet onder voor een gemiddelde wedstrijd in de Eredivisie.
Toch zijn er belangrijke doelstellingen die nog niet zijn gerealiseerd. De vraag is zelfs of deze ooit gehaald worden, zolang de sportieve prestaties en de middelen/mogelijkheden van clubs zo ver uit elkaar blijven liggen.
De Superdivisie functioneert momenteel nauwelijks als opstap naar een hoger niveau. Voor individuele spelers kan het een springplank zijn, maar op clubniveau ontbreekt die doorstroom. Promotie naar de Eredivisie is, zelfs bij het behalen van het kampioenschap, in de praktijk niet vanzelfsprekend.
Deelname aan de Eredivisie hangt vooral af van randvoorwaarden buiten het veld, zoals financiën en organisatie. Het kampioenschap levert daarmee vooral eer op, maar geen sportieve beloning. Dit maakt de Superdivisie in feite een doodlopende weg: degraderen is mogelijk, maar promoveren niet.
De vraag is hoe deze sportieve stap wél gerealiseerd kan worden, zeker nu clubs uit de Superdivisie terughoudend blijven. Hoewel de toelatingseisen voor de Eredivisie door Nevobo al zijn versoepeld, blijkt dit onvoldoende om clubs over de streep te trekken. Gebrek aan draagvlak en beperkte middelen bij de clubs spelen hierin een doorslaggevende rol.
Hier wringt het: er wordt ingezet op professionalisering en kwaliteitsverbetering van het volleybal, maar essentiële voorwaarden om die stap daadwerkelijk te maken ontbreken nog steeds. Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn dat de nummers één en twee van de Superdivisie toch toe te laten om deel te nemen aan de Eredivisie, waarbij zij een overgangsperiode van bijvoorbeeld drie jaar krijgen om toe te werken naar een sluitende begroting en stabiele organisatie. Dit zou de doorstroming kunnen stimuleren en de kloof tussen beide niveaus ook organisatorisch verkleinen.
De vraag is niet alleen of de Nevobo hiertoe bereid is, maar vooral of zij de urgentie ervan inziet. Ook de houding van de bestaande eredivisieclubs zal bepalend zijn, al rijst de vraag in hoeverre zij het grotere belang van de competitie boven hun eigen positie plaatsen. Feit blijft dat een eredivisie met slechts acht teams simpelweg te mager is om echt aantrekkelijk en toekomstbestendig te zijn. Zonder uitbreiding en nieuwe impulsen dreigt de competitie stil te blijven staan, terwijl juist frisse deelnemers kunnen zorgen voor vernieuwing, meer spanning en een bredere uitstraling.
gh @ VoV, artikel van Ali Moghaddasian, foto Jan van den Noort.
Noot redactie VoV: Hebt u hieraan iets toe te voegen, laat het ons weten via g.heerink@argent.nl of via uw reactie op onze Facebook pagina.





