Zijn/ worden spelers/ speelsters en teams beter van de Nevobo plannen?
VoV, 16-10-2026. 10:47 uur. We kregen van onze zeer attente lezer Joëlle een vraag over de EVV (Eredivisie Volleybal Vrouwen) in relatie tot het meerjarenplan van de Nevobo van een aantal jaren geleden. Toen was het plan toch ook om de Eredivisies naar een hoger niveau te tillen, inclusief grotere budgetten. Hetgeen VV Utrecht toen bijna noodlottig werd, maar een veto van de andere clubs voorkwam dat. Imago opbouwen maar clubs uit de Eredivisie zetten rijmde toen op geen enkele wijze met elkaar.
Nu ligt er weer een nieuw plan (EVV) waarin ook veel van dezelfde voornemens van toen terug te vinden zijn. Maar wat is er van dat andere plan (2021+) terechtgekomen? En wat levert het EVV-plan 2026 nou werkelijk op?
De belangrijkste bronnen voor onderstaande zijn het oorspronkelijke Eredivisieplan 2021+, de evaluatie van de licentieontwikkeling in 2023 en de aangepaste licentievoorwaarden voor 2026-2027. We vroegen Chat GPT om de mening en voegden daar onze eigen zienswijzen en tekstuele aanpassingen aan toe.
Het 2021+ programma was erg ambitieus. De Eredivisie zou versterkt moeten worden op de onderdelen sportief niveau, financieel, organisatorisch en maatschappelijke impact. Een eerste conclusie zou kunnen zijn dat de licentie-eisen strenger zijn geworden, er een andere organisatie en meer samenwerking is gekomen. Maar of daardoor het sportieve niveau omhoog is gegaan is nog maar zeer de vraag.
De licentie-eisen zijn aangescherpt. De Nevobo verhoogde de eisen voor deelname aan de Eredivisie stapsgewijs. Clubs moeten onder meer aan financiële, organisatorische en sportieve voorwaarden voldoen. De normen werden ieder seizoen opnieuw bekeken. Clubs die niet aan de eis wilden voldoen namen afscheid van de Eredivisie. Volgens de Nevobo was dat een onderdeel van de professionalisering en accepteerde de bond deze imago schade. Overigens betekenen strengere eisen niet meteen dat het niveau omhooggaat. Het kan ook betekenen dat de clubs meer geld moeten uitgeven om hun plek in de Eredivisie te behouden of om organisatorisch het plaatje rond te krijgen.
De organisatie van de Eredivisie is veranderd. Clubs moesten meer gezamenlijk optrekken. Bij de heren werd de Coöperatie Eredivisie Volleybal Nederland (CEVN) opgericht. De samenwerking tussen de bond en de clubs kreeg daarmee een zelfstandiger organisatorische basis. De BeNe Conference zag het daglicht, sterkere tegenstanders en meer wedstrijden op niveau moest de ontwikkeling van de spelers bevorderen.
De sportieve professionalisering, wellicht het hoofdpunt van het plan, is maar gedeeltelijk aantoonbaar. De Nevobo zette in op:
- Meer fulltime trainingsprogramma’s bij de Eredivisieclubs
- Fulltime clubcoaches op een aantal locaties
- Betere doorstroming van talenten naar de top
- Intensievere kennisuitwisseling tussen clubtrainers en bondscoaches
- Meer Nederlandse clubs, die structureel op Europees niveau kunnen
De bond had namelijk geconstateerd dat veel clubprogramma’s onvoldoende waren om talenten op topsportniveau op te leiden en dat de afstand tot de internationale top groot was. Of de programma’s en de samenwerking ertoe hebben geleid of dat de sportieve kwaliteit aantoonbaar is gestegen is niet aangetoond.
Een belangrijk punt was ook de commerciële groei en zichtbaarheid van de Eredivisie. Het oorspronkelijke plan wilde een Eredivisiebureau dat gezamenlijk de marketing, sponsoring, mediarechten, livestreams en grote evenementen zou organiseren. Daarmee moest de Eredivisie aantrekkelijker worden voor publiek en sponsors. Dit plan is nog niet afgerond.
In januari 2026 maakten de Nevobo en de CEVN bekend dat ze de competitie meer als een reeks evenementen willen presenteren, met betere zichtbaarheid, uitstraling en beleving. Clubs moesten ook investeren in betere wedstrijdbeelden, met name bij wedstrijden waarbij de NOS aanwezig zou zijn.
Opvallend was wel dat voor 2026-2027 de minimale sluitende begrotingseis werd verlaagd naar € 100.000 bij de mannen en € 75.000 bij de vrouwen. Dat waren de nieuwe licentienormen, er waren geen cijfers over de werkelijke begrotingen van alle clubs. Het laat zien dat de bond bij het aanscherpen van de eisen terdege rekening moest houden met de financiële draagkracht van de clubs.
Een belangrijke wijziging was verder dat er geen reguliere promotie en degradatie meer was. Sinds 2021-2022 is de Eredivisie losgekoppeld van de gewone competitiepiramide. Clubs degraderen niet meer automatisch op grond van hun eindklassering. Uitstroom volgt bijvoorbeeld wanneer een club niet meer aan de licentievoorwaarden voldoet of zelf stopt. Nieuwe clubs kunnen horizontaal instromen.
Het idee is dat clubs langer de tijd krijgen om een stabiele organisatie en een goed sportief programma op te bouwen. Dat kan helpen, maar het is geen garantie voor een hogere kwaliteit van de wedstrijden. Het neemt ook een deel van de sportieve consequenties van een laatste plaats in de Eredivisie weg.
Eindbeoordeling:
Als je het oorspronkelijke Eredivisieplan 2021+ naast de ontwikkelingen tot oktober 2026 legt, ontstaat het volgende beeld.
- Licentie-eisen en professionalisering: Duidelijk uitgevoerd
- Organisatie en samenwerking bij de mannen: Concrete vooruitgang, onder meer via CEVN
- Internationale competitieprikkels: Concrete stappen via de samenwerking met België
- Fulltime sportprogramma’s en talentontwikkeling: Deels in gang gezet, totaalresultaat onvoldoende inzichtelijk
- Commerciële aantrekkingskracht en media: Nog in ontwikkeling
- Aantoonbaar hoger gemiddeld sportief niveau: Niet overtuigend bewezen met de beschikbare informatie.
Conclusie kan zijn:
- De Nevobo heeft vooral de randvoorwaarden en de organisatie veranderd. Het is veel minder duidelijk of de bond de belangrijkste sportieve belofte heeft waargemaakt namelijk een Eredivisie waarin clubs structureel beter trainen, meer talent opleiden, internationaal sterker presteren en meer publiek trekken.
- Daarbij past wel één voorbehoud namelijk het ontbreken van openbare, vergelijkbare resultaatmetingen bewijst niet dat er geen vooruitgang is geboekt. Het betekent dat die vooruitgang op basis van de gepubliceerde stukken niet goed is vast te stellen.
Juist voor een beoordeling van het beleid van de Nevobo zou daarom één vervolgvraag gesteld moeten worden.
- Welke concrete meetbare doelstellingen uit het plan zijn in 2021 vastgelegd, en welke daarvan zijn in 2026 daadwerkelijk gehaald? Een openbare eindevaluatie met cijfers over spelersbudgetten, trainingsuren, toeschouwers, kijkcijfers en Europese prestaties zou daarop een veel scherper antwoord geven En dat geldt natuurlijk ook t.z.t. voor de evaluatie van de EVV.
Wat is uw mening over deze plannen van de Nevobo? Levert het werkelijk persoonlijke en team verbetering van het niveau op?
gh @ Vizier op Volleybal. Foto Jan van den Noort.





