De onbewerkte versie van het boekwerk Smashing ’98 vs. Gemini S
VoV, 12-03-2026. 10:22 uur. UH-UH-UH deed Wouter’s wekker om kwart over zes. Hij was ‘m vergeten uit te zetten terwijl het weekend was. Het begin van een lange dag. Zelfs voor een lange man. Met Gemini S heren 1 had hij ’s middags een wedstrijd. Hij zou nog even snel zijn enorme station auto langs garage Van Leeuwen brengen. “Het is iets kleins en zal wel meevallen” herhaalde Wouter de opmerking van de oude baas. Saskia had zich voorgenomen: ‘zich geen zorgen te maken, maar ze wist ook… zoals elke dag met Wouter….: “Woutje,” zei ze, “Doe je wel voorzichtig?” “Tuurlijk liefje, ik laat m’n team even weten dat ik met eigen vervoer ga. Dan doe ik garage van Leeuwen aan op weg naar Diemen. “Weet je, ik ga wel extra vroeg, als er dan toch iets onfortuinlijks gebeurt, dan heb ik nog alle tijd. Ik bedoel, je weet het maar nooit met mij. Wat kan er in hemelsnaam mis gaan?” Saskia keek naar de lege kinderstoel. “Ja, klopt schatje.” Maar Saskia dacht vooral: ‘wat kan er niet misgaan?’ BAM! Een harde klap van de voordeur die Wouter achter zich dicht trok. En daarna nog een geluid. Saskia keek de gang in en zag het schilderij wat al vier generaties in haar familie was op de grond liggen. Het leek zacht gevallen en nog onbeschadigd. Voordat ze naar het schilderij kon lopen ging de deur alweer open: “Tas vergeten” mompelde Wouter, en zonder te kunnen waarschuwen, zag Saskia de maat eenenvijftig zevenmijlslaars van Wouter, dwars door het doek scheuren. Wouter verzwikte daarmee zijn enkel: “Ouch!” Ze keken elkaar aan, Wouter en Saskia. “Ik heb nog wel even tijd voor ons nummertje.” Zei Wouter. Hand in hand gingen ze op de bank voor het raam zitten, keken naar de kersenbloesem in de voortuin, en Saskia drukte bij de cd speler op ‘play’. Daar zaten ze naast elkaar op de groene bank, terwijl ze ‘hun nummertje’ (hard to say i’m sorry – chicaco) voor de volle 3:45 min afspeelden. Wouter stond op en beende snel naar de deur. ‘Krak’ deed de antieke schilderij lijst in de gang toen Wouter er overheen walste. Wouter reed in de stationcar zoals de navigatie hem dirigeerde. (KEER OM) Wouter parkeerde en deed zijn gordel los, ging vervolgens met zijn billen op het stuur zitten en hield met zijn handen de bestuurders stoel vast. Na een minuut of twintig vond hij het mooi geweest en zag dat de route weer voorwaarts was. Onderweg keek hij door zijn gebarsten raam naar verbouwingen in de mist, naar droogliggende slootjes, prikeldraadhekjes waar de paaltjes hier en daar eerder aan het prikkeldraad hingen, dan dat ze het omhoog hielden. Een beige grijs schaap met harde donkere klodders in de vacht probeerde haar kop los te trekken uit de emmer die eromheen zat. Wouter reed voorbij en hoorde op de radio een hoop geruis. Op een andere zender hoorde hij het nieuws: ‘het gaat slecht met de boom. In het bijzonder de els. Dit is wegens aanhoudende droogte. Verder is de komkommeroogst voor ongeveer 40% mislukt’. Wouter zei tegen zichzelf: “Erik had wel geweten hoe hij dit nieuws zou noemen.” Grinnikend om zichzelf parkeerde hij bij garage Van Leeuwen. Wouter schopte een brok asfalt weg maar dit stuiterde op en kaatste hard tegen een rode sportwagen met een paarden embleem. Het hinderde hem niet. Hij liep door en had zin in de wedstrijd later die dag. Op het moment dat hij de showroom binnenstapte en nonchalant zijn autosleutel omhoog gooide, sprong er uit het niks een autoverkoper achter een SUV vandaan: “Goedemorgen meneer! Zoekt u een lekkere nieuwe wagen?” Wouter schrok en keek waar de stem vandaan kwam. Op dat moment was hij, heel kort, zijn nog in de lucht zwevende autosleutel uit het oog verloren. Toen hij deze alsnog wilde vangen, stuiterde hij op zijn duim, graaide er nog naar alsof hij de statiegeldgraaier was, maar miste. Na een plonsje zakte ’t langzaam tussen de waterplanten van het aquarium. “Hè, verdomme nog aan toe zeg.” Klonk Wouter geërgerd. De autoverkoper keek hem met grote ogen aan: “Ben jij…” Wouter luisterde niet en stak met een plens zijn arm tussen de vissen en plastic nepstenen. “Ja ik heb hem, en m’n mouw is nat, en mijn trui ook nog…godsakke” hij gaf de druppende sleutel aan de verkoper. Wouter ergerde zich een beetje aan de man. Hoe de man hem aankeek. In een goedkoop pak en met zijn lange haren als camouflage van de zijkant over zijn onmiskenbaar spiegelgladde kale kop gekamd. “Wat is het probleem met de auto?” Een derde (oudere) persoon voegde zich bij het gezelschap en aan de overal en zwarte vettige handen leek het iemand van de werkplaats. “De sleutel is in het aquarium gevallen” zei de bijdehante vent met zijn overkammer. Monteur: “Wat een geluk dat je dan nu bij een autogarage bent. Ik ga kijken wat ik kan doen. Zoek jij maar een mooie leenauto uit.” De monteur bewoog een zwarte hand naar de showroom met sportwagens, SUV’s en andere auto’s van meer dan een ton. De overkammer verkoper staarde naar Wouter en zei: “Je kunt uit alle auto’s met een blauwe sticker kiezen. Zoek maar wat uit.” Wouter las op het naambordje van de verkoper: Pim afd. verkoop, en zei: “Ok Pim, ik kijk wel even. Wouter liep rustig tussen de mooie wagens door en glunderde. Wat zouden zijn teamgenoten zeggen als hij in een elektrische 911 aan kwam rijden. En zou zo’n kapsel, als die man hier had, ook bij zijn kalende teamgenoten Bram of Bas staan. Verkoper Pim kwam achter hem aan, terwijl hij een mapje in zijn hand hield: “Ga je naar huis zo, of wat eeh, ga je doen?” Wouter: “Volleyballen, we moeten in Diemen tegen Smashing ’95.” De verkoper bewoog wat onrustig en zei: “Het is niet waar, Diemen, en ook volleyballen hmm, daarom ben je zeker zo lang?” Zonder op antwoord te wachten draaide hij zich om. Met het mapje stijf onder zijn arm geklemd. Wouter zag rode BMW X3’s, blauwe M4’s, een gele Audi RS3 in de hoek en een zwarte Tesla (model S). Echter, geen van ze, had een blauwe sticker. Zijn telefoon gaf 13:55 dus liep snel naar de balie: “Weten jullie waar die blauwe sticker geplakt zit? Op de voorruit?” Op de toonbank werd een mapje met blauwe rondjes op een velletje dichtgeslagen: “Kijk anders even buiten, op de parkeerplaats.” Wouter ging met flinke stappen naar de parkeerplaats, maar zag pas heel ver achteraan een auto met een blauwe stip. Wouter wilde niet te laat komen, dus even later stond hij weer voor de balie: “Pim, mag ik Pim zeggen? Die oude mini cabriolet heeft een blauwe sticker, maar ik weet niet of die erg geschikt is, waar staan de anderen?” “Goeie keus” zei Pim, drukte hem een sleutel in de handen en liep weg. Terwijl Wouter zich omdraaide zuchtte hij nog maar eens heel diep. Bijna bij de auto aangekomen, vertraagde hij onwillekeurig zijn pas. Met een diepe zucht keek hij van de roestbak naar zijn telefoon en wist dat het laat was en het OV geen optie meer was. Dus wurmde hij zich in twee minuten in de bestuurdersstoel. Daarbij bezeerde zijn al zwakke enkel, toen zijn voet in het stuur bleef haken. Uiteindelijk stak hij zijn hoofd boven het voorraam uit. Vanuit de garage klonk een lachend gehinnik terwijl Wouter tegen zichzelf zei: “Dat wordt leuk. Op de snelweg” Dertig minuten later parkeerde hij bij de sporthal. ‘KRAKK!’ Wouter friemelde zich weer uit de auto en zag een omgevallen kinderwagen. Erik stond in de speeltuin PokemonGo te spelen en riep naar Wouter: “Hahaha, dat moet er op de snelweg leuk hebben uitgezien, zo’n lange vent in zo’n kleine auto!” Erik draaide zich om: “Hej, Bulbasaur!” Zonder verder te praten liepen ze samen de sporthal in. De kinderwagen bleef, met uitzondering van het wiel dat weg rolde, relatief ongedeerd achter op de parkeerplaats. “Hej!” riep Bas die uit de struiken kwam “Hej, dat is mijn karretje voor m’n blikken en flesjes. Myrte wilde hem nog voor het kind gebruiken, maar ik heb ‘m stiekem geleend om hier in Diemen een rondje te doen. Wat moet ik nu?” Wouter: “Gewoon doorgaan met wat je doet.” Ze gingen de hal in en even leek het of de deur ook voor Tom werd opengehouden. Wouter: “Ik heb er zin in.” Bas: “Ja leuk, maar jij begint op de bank.” Wouter kon zijn energie niet kwijt en ging dus niet zitten op~, maar staan naast de bank. Hij keek naar de zwartharige scheidsrechter, even hadden ze oogcontact, maar toen was het weer weg. KABAM! Martijn scoorde het eerste punt over het midden. De bal stuiterde de tribune op. Wouter kreeg dorst, rommelde in zijn tas en zag dat de met ranja gevulde anderhalve literfles niet goed dicht zat. De hele tas en zijn handdoek waren doorweekt. Wouter wendde zich naar het veld: “Lekker jongens, 14-12 vóór, het gaat echt goed, houden zo!” Vanaf het moment dat Wouter dit gezegd had, ging het minder. “Oh nee, de passers staan onder druk. Is die Tom er niet of lijkt het alleen maar zo?” Via 22-18 werd het dankzij een serveserie van Erik alsnog 22-25. Bas: “Wouter, jij speelt de tweede set, en ligt het aan mij, of is Tom geen schim van de Tom die hij ooit is geweest?” Wouter: “Tom?” Bas: “Laat maar, zorg jij nou maar, dat je geen domme fouten maakt.” Vervolgens naar de rest van het team: “Jongens, die Taco scoort alles via de handjes. Straks slaat hij nog mijn vingers kapot. Ik moet er zuinig op zijn, zodat ik diep in prullenbakken kan graaien. Dus we zetten rechtdoor dicht op rechts.” Wouter dacht toen al: ‘Dat gaat een uitdaging worden, met die enkel van mij.’ En inderdaad, Wouter liep niks dicht. Hugo sloeg een arm om Wouter heen: “Mon ami, nous block, c’est bon bon bloc.” Wouter glimlachte en voelde zijn enkel kloppen: “Hugo, dank je, ik zou niet weten wat ik zonder jou zou moeten doen.” De wedstrijd liep verder en een pass van Smashing ’43 kwam direct over het net. “Deze ga ik rocken.” Wouter zakte door zijn knieën, sprong, en kwam nauwelijks van de grond, en werd vervolgens afgeblokt door de één meter vierenvijftig lange Jan-Frank. Mike compenseerde deze bal ruimschoots tot 19-25. In de derde set keek de scheidsrechter Wouter aan. Maar het was de zwarte overkammer die Wouter liet beseffen, dat het dezelfde man was, die hem eerder bij de autogarage, die lullige mini had meegegeven. “Wat een stom toeval” mompelde Wouter, en hij was prompt te laat voor de aanval, waardoor ze mislukte. Probeerde Wouter te blokkeren, dan werden aanvallen door zijn kromme Orang-oetan armen geslagen. Bas: “Hij laat zoveel tegelijk door, het lijkt wel die grote statiegeldautomaat bij Kerkelanden..” Klaver compenseerde dit tot 18-25. Gefrommel door de midden van Smashing ’53 en Wouter hield het niet tegen. Erik: “Frommel jij de volgende bal er gewoon ook in Wouter, dat kan je best!” En het toeval wil, iemand passte de bal goed, Erik gaf hem op midden, Wouter frommelde een bal erin, en… De uitstekende verdedigers van Smashing ’77 haalden hem van de vloer. Zelfs de scheidsrechter, die daarvoor nog neerkeek op Wouter, had met hem te doen: “Och jongen toch, in zo’n ongelofelijk goed team, en dan zo. Veel. Pech.” Wouter: “Zul je zien dat ik bij de eerste de beste training alweer een bal in m’n gezicht krijg.” Tim vanaf de bank: “Een beetje gezonde concurrentie zou wel lekker zijn, want dit is echt dramatisch. “Hej, ik hoor je gewoon Tim.” Zei Wouter nadat hij een blok had afgerond, maar Tim stak, met zijn linker vinger voor zijn mond, met zijn rechterhand vier vingers op. Wouter wilde serveren, maar naast hem kwam een bal aangerold. Van een naastgelegen veld. Een mollige jeugdspeler kwam er achteraan gehobbeld. Wouter dacht: ‘Hij doet me denken aan mijn eigen jeugd.’ Uit zijn ooghoek bewoog de navelpluisman, Bram leek de bal met volle kracht terug te gaan schoppen. Die zou dan vol in het papperige gezicht van de 11 jarige Diemenaar komen. Ook de scheids hield zijn adem in. Dat kind zou Bram daar zeker een gebroken neus mee trappen. Wouter: “Ik wist niet hoe het zou aflopen, maar ik had slechter verwacht.” Op dat moment floot de scheidsrechter onverbiddelijk, spuwde in zijn hand en veegde daarmee de overkammer plat. Vervolgens gebaarde hij dat er niet getreuzeld moest worden. Wouter: “Wat heeft die ineens?” De laatste set, en daarmee de wedstrijd, eindigde met 25 punten voor Gemini S en 16 voor Smashing ’02. Na de wedstrijd kwam de scheidsrechter verhaal halen bij Wouter: “Ja, ik heb je die Mini meegegeven om je terug te pakken, je hebt mijn volleybalvertrouwen geknakt weet je! Als je me nou geholpen had! Maar nee, meneer de volleyballer moest weer zo nodig grappig zijn. Wat denk je, wat ik daar als jong ventje mee kan? Nou?” Wouter begreep het niet: “Ik begrijp het niet.” Scheidsrechter Pim: “Toen ik een jong ventje was, twintig jaar geleden, en volleyballen het leukste vond wat er bestond, toen mocht ik als mini een keer vóór de wedstrijd serveren. En met wie liep ik toen hand in hand het veld op, denk je?” Wouter: “Wie?” Scheidsrechter Pim: “Met jou!” Hugo: “Qui.” Mike: “Sehr gut, sehr gut, jaaah” Scheidsrechter Pim raakte verward door deze imposante mannen, maar schudde het van zich af en wendde zich weer tot Wouter: “Ik serveerde fout, terwijl ik met jou daarvoor het veld was opgelopen, mini van de week hè, en dan een volle tribune, dus ik zocht je, na mijn foutserve, direct op in het veld en vroeg je: Vond jij mijn service ook slecht? En weet je wat jij zei, tegen dat kind van 11, jij zei: ‘Ik had slechter verwacht. IK HAD SLECHTER VERWACHT!’ Pim de scheids moest even op adem komen: “En toen ik je herkende bij de autozaak van m’n vader, toen dacht ik, jij krijgt de kutste auto mee die ik kan vinden, je hebt mijn hele volleyballeven vergald, ik maskeer mijn vroegtijdige kaalheid met mijn haar en..” Wouter: “Och, die kaalheid valt niet te maskeren hoor.” Scheidsrechter Pim stampte woedend weg. En mompelde: “Je auto staat klaar, de accupolen zijn gereinigd en hij doet het weer.” Gemini S ging naar de kleedkamer waar Tim zo snel als hij kon plaatsnam op de houten balk/houten bank. Met zijn blote arie. Even later kwam Tim in de douche. Wouter komt één van de drie hokjes uitgelopen: “Pas op ’t is glad.” Tim lachend: ”Maakt niet uit, ik moet toch nog mijn eelt er afschaven en kalknagels knippen. Dus ik ga toch op de tegels zitten. Dan kan de grond glibberig zijn, maar op mijn bibs glijd ik niet uit.” Wouter: “Tim glibberbibs.” Martijn komt de douche binnengesjokt, alle drie de open douches zijn bezet en de deurtjes van de hokjes zijn dicht. Martijn hoort Tim zwaar ademen in een van de hokjes: “Ben je nou nog niet klaar Tim?” Boven de rand stak Tim zonder iets te zeggen vier vingers ritmisch op en neer bewegende vingers omhoog. Het monotone zware geadem van Tim hield aan (HU UH HU UH). Wouter droogde zich verder af en zei lachend: “Ik had slechter verwacht.”
gh @ VoV, boekwerk en foto van B.B. Coolstar, Gemini S





