Eindeloze gesprekken bij verslag Gemini S vs. VVA
VoV, 02-02-2026. 6:35 uur. Tim at zijn laatste hap pasta van zijn plastic bordje, likte de restjes rode saus op en veegde tot slot met de mouw van zijn nieuwe beige trui langs z’n mondhoek. Tim keek naar de berg gewassen kleren in de hoek van de keuken. Hoe lang lag deze berg al op de grond? Dacht hij bij zichzelf. Twee weken zal het onderhand wel zijn. Tim krabde wat aan zijn drie-dagen-oude stoppels en er viel een stukje gehakt op zijn schoot. Tim liep naar de bank terwijl hij zijn bord op tafel liet staan.
Vervolgens gooide hij zich, met schoenen en al, op de bank en zei: “Oeps, vergeten uit te doen.” Hij stond weer op, gooide zijn beige trui en Howard Shore T-shirt op de grond en ging daarna met zijn witte blote buik weer op dezelfde plek liggen. Tim zoog op een stukje prei tussen zijn kiezen. Hij probeerde het met zijn lange gescheurde vingernagel eruit te peuteren. Toen gaf hij het op en concentreerde zich op de televisie, die hij daarna ook aan deed.
“Hej, daar ben je dus.” zei Tim blij. Hij keek naar de standby knop met daarop een nat stukje prei. Tim had zich voorgenomen om deze vrije zaterdagavond de trilogie te kijken die hij al zo vaak had gekeken. Vrijdagavond was het laat geworden. Tim had met zijn ‘broeders’ van Gemini S H1 met 3-1 gewonnen van vv Amsterdam H2. Hij was dit hele weekend alleen thuis, omdat er een ‘meidenweekend’ was georganiseerd bij zijn schoonfamilie. “Nee hoor, ik ruim het huis wel een beetje op”, had hij gezegd toen hem gevraagd werd, wat hij met die vrije tijd zou doen en of hij het zou redden.
Morgen, dacht Tim, morgen begin ik echt. Hij nam een slok van het halfvolle glas melk dat al dagen op het kleine tafeltje stond. De lauw zure klonten moest hij eerst goed kauwen voor hij ze kon doorslikken. “Hopelijk hebben we nog genoeg vochtige doekjes” grinnikte Tim hardop. Hij drukte op play en de trilogie begon. Tim’s gedachten dwaalden al snel af naar de wedstrijd. En wat er na de wedstrijd was gebeurd. Naar verluid hadden Bram en Stefan een lange nacht. Ze zouden zelfs Bas zijn tegengekomen. Dat leek Tim stug, zeker gezien die ook niet bij de wedstrijd aanwezig was. Tim merkte dat hij de film kon dromen en dacht aan het begin van de wedstrijd. Zoals iemand zijn huis op orde heeft, zo ook zijn iemands gedachten op orde.
Bij Tim was dit dus een rommeltje. De films, de wedstrijd Gemini S-VVA en de daaropvolgende gebeurtenissen gingen door elkaar heen lopen. Tim keek naar de beker melk en zag ernaast een leeg pakje slaapmiddelen liggen. Tim las het briefje dat ernaast lag: ‘Ik deel liever één leven met jou, dan alle era’s van deze wereld alleen te moeten doorstaan.’ Tim vond zijn vrouw soms wat sentimenteel, maar dit raakte hem. Hij zakte wat verder weg in de hemelzachte versleten bank. De film ging verder. Tim dacht aan het bericht wat Martijn op de familieapp had gestuurd. Het was vrijdag en zeven uur in de ochtend toen Tim het bericht van zijn blonde, langharige broer las: ‘Een rode opkomende zon, er is bloed verloren deze nacht.’ Tim dacht dat het misschien iets te maken had met het bericht van Bas over één of andere slachting bij Helms diepte. Daarnaast sprak het doorgestuurde bericht van Myrte dat tegen: ‘Zelfs de kleinste persoon kan de loop van de toekomst veranderen.’
Tim dacht weer aan het begin van de wedstrijd. En hij hoorde Bram luid en duidelijk tegen Wouter zeggen: “Je bent laat.” Wouter: “Een midden is nooit laat Bram, noch is hij vroeg. Hij arriveert precies wanneer hij van plan is.” Toen was er nog, het niet onbelangrijke, probleem. Het werd een verhitte discussie. Wie sluit af, wie brengt de zak met blikken en neemt de taak over van Bas. En wie fluit er de dag later. Door de sporthal klonk een onheilspellende tekst: ‘ Één blik om allen te beheersen, één blik om ze te vinden, één blik om ze allemaal onder de duisternis en slavernij te onderwerpen.’
En toen zei Bram zacht: “Ik wil de blikken wel brengen… Alhoewel, ik ken de weg niet.” Wouter: “Als je twijfelt, volg dan je neus.” Zogezegd, zogedaan. Tim voelde zich gesterkt om met de negen metgezellen de wedstrijd te gaan spelen. Tim zag de wedstrijd aan zich voorbijgaan terwijl hij op zaterdagavond voor de beeldbuis hing. In zijn eigen huis was het altijd vochtig warm omdat hij nergens ventileerde, maar in de Kerkelanden sporthal konden ze er ook wat van (26 graden Celsius). Hugo zei voor de wedstrijd: “Laat ze maar komen! Hier is nog steeds één volleyballer in Hilversum die nog ademt!”
Tim herinnerde zich een dappere gepassioneerde Hugo. En Wouter zei voor de verandering een keertje niet dat hij het slechter verwacht had. Op het moment dat Lodewijk (van VVA) een drukduel met Wouter ging uitvoeren, riep Wouter: “Je komt er niet langs! Demon van de oude wereld! Ga terug naar de schaduw!” Mede dankzij Wouter’s vuurwerk en Hugo’s machtige gehak met zijn bijl, waarmee hij de tegenstanders tegen de grond sloeg, zag Tim, vanaf de bank, Gemini S winnen met 25-23.
Vervolgens neemt Hugo het woord: “Nou, hier is een volleyballer die zich niet zo makkelijk in de val laat lokken. Ik heb de ogen van een havik en de oren van een vos.” En zo geschiedde dat Gemini S de tweede set verloor met 17-25.
Op de tribune roept Wiebe: “Een wijze oude man zou beter moeten weten!” De negen mannen van Gemini S heren 1 keken op en zagen dat er een discussie tussen ‘het oog’ en de witte lijzige oude vent gaande was, over hoe de club te besturen. De negen van heren 1 maakten zich klaar voor de volgende slag. Hugo, Tim en Martijn deden hun best om de meeste punten te scoren. “16, 17, 18,..” roept Martijn. En als hij een lange mooie rally beëindigd met een heerlijk punt zegt Hugo geïrriteerd: “Dat telt alsnog maar voor één.”
Vervolgens zegt Mike serieus met een handgebaar erbij: “Iemand loopt niet simpelweg het industrieterrein van Kerkelanden op.” Later sloeg Mike nog een bal keihard op de kop van Ward, een kleine menselijke gedaante van VVA. Een van de vele van VVA met een voorliefde voor mensenvlees, met kromme benen en lange armen. Menselijke gedaanten van VVA mijden daglicht, want dat is hen fataal.
Wouter nuanceerde het: “Er zijn oudere en valsere dingen dan Ward in de diepe krochten van VVA.” Even later is het Mike die zijn team uit alle macht verdedigt. Het wordt hem fataal. Hij voelt de éne na de andere pijnscheut als pijl in zijn ruggenmerg belanden. VVA smalend: “Iets met, je loopt niet simpelweg…” Toch was Tim blij dat de derde set met 25-18 gewonnen werd. En dat hij ontspannen en gefocust de vierde set erin mocht.
Wouter: “Alles wat we moeten beslissen is wat te doen met de tijd die ons is gegeven.” Tim was als een teruggekeerde koning aan het net. Hij kon nog mooi de tips en wapens, die Remko hem gegeven en geleerd had, gebruiken. Dus sprak Tim (en hij was nog steeds trots op zijn speech) de rest van zijn kameraadschap toe: “Een dag mag komen dat de moed van ons tekortschiet… Maar het is niet deze dag! Deze dag vechten we!”
Tom: “Precies, toen wij thuis de zwarte dood van Angmar, ofterwijl, de mannengriep kregen, een griep die geen man kan weerstaan, toen schreeuwde Aike naar me: Ik BEN geen man! En ze pakte een doosje paracetamol.” Erik was verontwaardigd over de scheidsrechter: “Ik lust wel een 2e ontbijtje, hoor.” zei hij. Maar hij kreeg alleen maar geel. Tim was trouwens echt verrukt over de vierde set, toen Tim gekroond werd tot man of the match en de eindstand zag.
De Gemini S gemeenschap van negen mannen, vierde de overwinning. De kameraadschap stond op het punt om Hugo te gaan jonassen. Hugo: “Niemand gooit met een dwerg!” De volgende dag hebben Tim en Wouter een whatsapp gesprek. Tim: Geen nieuws van Bram? Wouter: Geen woord. Niks. Tim: We hebben tijd. Elke minuut beweegt Bram dichter naar industrieterrein Kerkelanden. Wouter: Weten we dat? Tim: Wat vertelt je hart je? Wouter: Dat Bram leeft. Ja. Ja, hij leeft.
Eerder die nacht heeft Bram een trouwe metgezel gevonden. Die goedzak Stefan, van heren twee, die helpt Bram met de zak vol statiegeldblikken. In de zak zit dat éne blik. Het wordt steeds donkerder en donkerder. Uit de schemering klinkt gescharrel en gesluip. De statiegeldgraaier, beter bekend als Bas, kroop al een tijdje met ze mee en begluurde ze. Bas heeft tijden voor het ene blik gezorgd. Hij raakte erdoor bezeten. Hij heeft verlekkerd naar de zak gegluurd en hunkert naar dat ene blik. Bas smiespelt vanuit de schaduw: “Het kwam naar me toe, het is van mij, van mij alleen, mijn liefde, mijn lieveling.” Bram en Stefan verdwalen, ze lopen in cirkels om de Sligro.
De lucht die er hangt is een giftige damp. Stefan: “Ik kan het niet voor je dragen, maar ik kan jou wel dragen.” En hij neemt Bram op sleeptouw. Industrieterrein Kerkelanden is een troosteloze, vulkanische woestenij, vol vuur, as en stof, bewaakt door het alziend oog, de vele bewakingscamera’s gestuurd door Artificial Intelligence. De inzamelingsplek van statiegeldblikken in de vallei van de Sligro, waar de duisternis heerst onder de zon. Stefan: “Moed vind je op onverwachte plekken.” En als Bram het op wil geven zegt Stefan: “Ik heb een belofte gedaan meneer Bram. Een belofte. Wouter zei namelijk: ‘Verlaat hem niet, Stefan’ En dat ben ik niet van plan.” En dan zijn ze er.
Maar op het moment dat Bram de blikken in het gat wil gooien aarzelt hij. Stefan roept: “Vernietig het! Toe nou. Nu! Gooi het in het gat! Waar wacht je op? Laat het gewoon los!” Bram stopt dat éne blik in zijn zak en draait zich om. Dan springt uit het niks de statiegeldgraaier op de nek van Bram en terwijl deze met dat éne blik en al in de container stort, scheurt hij daarbij het oor van Bram kapot. Die denkt nog aan die beroemde woorden van Klaver, medicus aller medici: “Het is een gevaarlijk iets, naar buiten, want als je niet op je voeten let, dan weet niemand waar ie verzeild raakt. Zeker zonder internet.”
gh @ VoV, verslag en foto van BB Coolstra, Gemini S.





