Volleybal is een beetje bijzaak bij verslag Gemini S
VoV, 02-04-2026. 10:10 uur. Wolken, wolken, regen, nog meer regen, wind in het gezicht. Mike dook nog eens extra diep in zijn donkergroene jas en beschermde zijn voorhoofd met zijn hand. Hij liep tussen de droge kuilen en regenplassen door en keek omhoog. Dit gedeelte van het industrieterrein tussen Zaandam en het IJ was hij nog nooit geweest. Lawaai van machines die als denderende treinen dag en nacht doorploeterden, soms in de verte een dreunend geluid als lege containers die neergekwakt werden of als donderknallen in de bergen. Galmen van metaal op metaal tussen de oneindige schoorstenen, lopende banden die dan weer op, en dan weer neer gaan. En overal grijze muren, bruine watervlekken en roestige luchtroosters.
Mike pakte zijn mapje met aantekeningen iets steviger onder zijn arm. Hij trok zijn schouders een beetje op en zijn hoofd een beetje in. Hij wilde een weggetje oversteken om bij de deur van het witte lage gebouw te komen, maar een grote metaalrecycling vrachtwagen toeterde luid en lang. Mike sprong onwillekeurig achteruit en voelde een paar modderspetters tegen zijn beige broek aan komen. Hij veegde het met zijn hand weg maar het werd er niet beter op. Toen stapte hij alsnog op de kantine af.
Binnen zag hij één grote witte kantineruimte. Mike hoorde schelle harde stemmen van grote potige Amsterdammers die halve rookworsten in potjes mosterd propten en opaten, smakkende eetgeluiden van Oost blokkers met stoppelbaarden die zware bierboeren lieten en enorme Surinamers die met luid bulderend gelach alle anderen overstemden. Mike: “Kan-eeh-iemand, eeh, weet iemand waar…eeeh” hij maakte zijn zin niet af, niemand reageerde of had enige aandacht voor hem. Aangezien hij niemand zag die op zijn telefoon zat, durfde hij hem zelf ook niet te pakken om zijn afspraak te bellen. Mike wilde weg. Hij draaide zich om en wilde eigenlijk gaan rennen. Op het moment dat hij één stap naar buiten zette, en de dieselluchten inademde, in plaats van drie dagen oud mannenzweet, werd hij vastgepakt aan zijn schouder: “Valkenhof, piep je er nu tussenuit?” hoorde hij, en hij hield even zijn adem in. Toen keek hij om. En wist hij dat hij de lul was.
Mike dacht nog vaak terug aan wat hem toendertijd in september 2025 was overkomen. Als inspecteur van de voedsel- en warenautoriteit, had hij wel eens in onprettige situaties gezeten. Zijn banden waren wel eens lek gestoken en de ramen van zijn doorzonwoning waren wel eens ondergespoten met kippenbloed en slachtafval. Dus hij was wel iets gewend, maar dit was andere koek. Hij had zich in november voorgenomen om als inspecteur te stoppen en zijn oude werk als biologieleraar weer op te pakken. “Echt Veerle, na deze klus zet ik ons gezin weer op de eerste plek.” Had hij gezegd, maar het enige wat Veerle dacht, is hoe ze toch ooit als alleenstaande moeder hun dochter zou kunnen opvoeden. Veerle: “Er is toch een risico dat jou iets overkomt? Ja toch Mike?” Ze hield even in en vervolgde weer toen Mike naar de grond keek: “Kijk me aan als ik tegen je praat, ik slaap er al maanden slecht van, Mike verdomme, ik kan het niet zonder je! Hoor je me! Ik kan het niet alleen!” En Mike kon alleen maar knikken.
In bed deed hij of hij sliep. Maar die avond had hij tranen in zijn ogen. Hij wreef over zijn polsen, die nog maar net genezen waren. Hij wist het ook niet meer en dacht: Was ik, toen in september, maar nooit gegaan, was ik maar zo slim geweest, om een rapport met goedkeuring af te geven. Waarom ben ik ingegaan op hun uitnodiging om mijn rapport door te nemen. Waarom ben ik daarna zo dom geweest om een potje mosterd van een van de tafels mee te nemen. Nu, met extra ijzer! Stond er nota bene op.
Mike dacht er in aanloop naar de wedstrijd tegen Zaanstad veel over na. Hij had de vorige week twee keer bezoek gehad. Onaangekondigd stonden de kleerkasten met z’n drieën voor de deur. Het had geen zin om de politie te bellen, het had geen zin om weg te rennen, het had allemaal geen zin. Zijn telefoon en internet waren gehackt, er stonden mensen in zijn straat te posten en hij werd elke week gebeld. Het telefoontje waar Mike misselijk van werd als hij eraan dacht, en zijn darmen voelde kreunen als hij het 075- nummer las in het display. Dan wist Mike, het is weer zo ver, er moet weer een dienst worden verleend. En ja, het leverde ook wel wat op, maar het was grotendeels kiezen tussen twee kwaden. Als Mike een rapport gunstig aanpaste, of een onaangekondigde controle doorgaf, dan kreeg hij grote cadeaus en all-in vakanties naar Turkije. Wekenlang verbleef hij daar dan. Maar als Mike dit niet deed, werd hij opgewacht door een groepje van vijf, dan werden zijn achteruitkijkspiegels kapotgetrapt, werd hij met een houten plank op zijn buik geslagen en werd hij soms een hele nacht vastgehouden, liggend op een betonnen vloer van een grote silo en de polsen aan elkaar met tie-wrap‘s. Mike voelde over zijn onderrug. Onherstelbaar beschadigd zei de fysio.
Teamgenoten van Mike bij Gemini S heren 1 merkten dat hij niet meer de oude was, maar toch legden ze niet de link met zijn afwezigheid en gevaarlijke werk als inspecteur. En Mike zelf mocht er niks over zeggen. De enige die wel eens iets zei, was Erik. Maar die maakte dan vaak alleen maar een flauwe grap over Mike’s voorovergebogen houding. Mike wist wel dat hij afgeperst werd, maar had geen enkel idee hoe hij er onderuit kon komen. Hoe kon hij zijn oude leventje weer terugkrijgen. Hij had wel eens op internet gekeken bij de recyclebedrijven en administratie bedrijven van Zaandam. Maar omdat alle bedrijfsprocessen in de cloud leken te staan, vond hij geen namen of andere informatie. De dag erna ging Mike’s telefoon: “Mike, je gaat je neus niet nog een keer in onze zaken steken, je doet gewoon wat je gevraagd wordt, anders lig je weer een nachtje op het beton. Ik heb geen tijd om me ook nog met jou bezig te houden. Momenteel ben ik thuis m’n fundering aan het vernieuwen, maar dat gaat je eigenlijk helemaal geen flikker aan.” Mike had instemmend gemompeld en was daarna begonnen met het slikken van slaappillen. Mike stuurde snel twee datums van hygiëne controles door.
Gemini S heren 1 werd zonder te spelen kampioen, die week haalde Mike zijn dochter van de opvang. De leidster was zeer te spreken over zijn lieve dochter: “Ze is zo’n knap en lief meisje, en soms als er twee kinderen ruzie hebben, gaat zij er tussenin staan, om erger te voorkomen.” Mike tilde zijn dochter trots op en dacht: Jij bent, samen met Veerle, dé reden dat ik er zelf nog geen eind aan heb gemaakt. Mike glimlachte breed toen hij haar vasthield. “Ja” zei de leidster “Soms zie je bij kinderen al snel uit welk hout ze zijn gesneden, dit is er echt eentje die opstaat tegen onrecht.” Mike zette haar op de grond toen de ietwat stevige leidster hem aankeek, knipoogde en zei: “Maargoed, de appel valt niet ver van de boom zie ik.” Mike lachte niet en draaide zich om, hij voelde zich intens ongelukkig en zo’n ongelofelijke slapjanus. Mike moest in zijn auto wel vijftien minuten op adem komen, terwijl op de achterbank zijn kindje vrolijk op de ijskrabber sabbelde.
Mike ging die avond achter zijn laptop zitten, kopieerde de rapporten en bewijzen. De pdf-stukken die hij had voegde hij toe en tot slot de definitieve uitslag van het monster uit de mosterd. Mike zette twee lokale kranten en een landelijk dagblad in de geadresseerdenlijst en twijfelde nog even. Toen ging hij rechtop zitten en drukte op ‘verzenden’. Daarna liep hij naar Veerle, omhelsde haar en samen zorgden ze voor een onderduiklokatie in Driemond.
Die zaterdag speelde Gemini S heren 1 tegen Zaanstad. Martijn was al een tijd aan het praten toen Mike zich bij het gezelschap voegde: “Weten jullie wat hier allemaal gemaakt wordt? “Zei Martijn “Ongeveer alles van Verkade en Albert Heijn huismerk, en dan nog Zaanse mayonaise, Zaanse mosterd en…”Martijn hield stil toen Mike zich aan hem vastklampte. “Sorry” stamelde Mike “Ik ben helemaal op.” Martijn: “Neem anders wat Dextro’s van Tom, ik bedoel, ik dacht echt dat ik hem hier ergens zag.” Martijn keek om zich heen. Mike keek ook en zag de schim van Kerkelanden nergens: “Hey Hugo,” zei Martijn, “jij loopt moeilijk zeg, ga je daarom op libero? Wat is er eigenlijk met je?” Hugo: “I wanted I could say that I hurt my knee while proposing… But no. Some guys I wanted to set them up as partners, but instead they beat me up last night.” Hugo deed een hand op de schouder van Mike en die dacht aan de keren dat hij in elkaar was gemept. Het team was bijna compleet, de warming up kon bijna beginnen. Mike bewoog moeilijk en langzaam. Maks: “Waar is Erik eigenlijk?” Klaaf: “Hoezo, liggen mijn setjes niet goed?” Maks: “Nee, dat bedoel ik niet, waar is Erik?” Tim: “Ging hij niet een gratis doosje Verkade koekjes halen bij ’t Hembrug terrein? Erik zei toch: die koekies moet ik wel accepteren” Mike keek naar Tim en was bang dat dit geen toeval kon zijn. Maks: “Maar dan hebben we geen spelverdeler, of komt hij later?” Tim: “Ik weet het niet jongen, wat ik wel weet, is dat appelstroop helpen kan bij jeweetwel-problemen.” Maks bleef vertwijfeld naast Mike staan toen Bram aan Tim’s shirtje trok en ze wegliepen. In de kantine viel een dienblad met glazen. De geluiden van stukvallend glas en geschuif met krukken werden overstemd door een schreeuwende mannenstem. Mike keek omhoog richting de kantine. Die snerpende stem deed hem denken aan de toeterende vrachtauto een half jaar geleden. Bas verstoorde Mike’s gedachten: “Alles OK Mike? Jij begint, Erik reageert nergens meer op.”
Tijdens het spel van Gemini S tegen Zaanstad was Mike zichzelf niet. Hij speelde wel maar merkte niet dat de eerste set in 25-23 verloren werd. De Zaanse mannen verdedigden de aanvallers van Gemini S in het achterveld. Ook de scheids kon Mike niks interesseren, zelfs niet nadat Gemini S de tweede set 18-25 gewonnen had en de derde set door de scheidsrechter verkloot werd. Wouter over de scheids: “Hij fluit om belangrijk te worden, om gelijk te hebben en zichzelf naar voren te schuiven als man of the match. Jammer. Maargoed, ik had slechter verwacht. ” Mike zag dat Gemini S door dit belangrijke punt, rond 13-13, de set aan zich voorbij liet gaan en Mike kon het eigenlijk weinig schelen dat dit de eerste ‘3e set’ was, die Gemini S dit seizoen verloor (25-18). Zelfs toen er nog een vijfsetter leek te komen, en Maks speelde op de plek van Mike. Zelfs toen Wouter de setjes gaf in plaats van Klaaf. Zelfs toen Tom eruit moest terwijl hij zichzelf hervond. Zelfs toen was Mike er niet met de kop bij en werd het toch 26-24 voor Zaanstad. En dat betekende een 3-1 verlies voor Mike en zijn team.
In de kantine, aan een lekker Texels leek Mike met een bitterbal in de hand iets te ontdooien. Hij doopte ‘m in de gladde mosterd en hoorde een speler van Zaanstad praten over de fundering die hij vernieuwd had. En een andere Zaanse speler zei: “Maar Mark, werk jij nu in de cloud? Of doe je de afvalverwerking van de mosterdfabriek?” Mike’s rug haren gingen rechtovereind staan. ‘Het zal toch niet’ dacht hij en hij hoorde die stem die hij al zo vaak aan de telefoon had gehad zeggen: “Mijn werk houdt in, dat ik help bij het recyclen van de 0,65 miljoen ton staalslakken die Tata jaarlijks over heeft.” Mike stormde op hem af: “Jij bent het! Met je cloud in de bouw. Met je stomme nieuwe fundering. Jij was het, al die tijd.” Het werd stil in de kantine en Mike vervolgde: “Klootzak, ik heb je wel door. Jij verwerkt die staalslakken van Tata Steel in de Grove Zaanse mosterd, ik wist het wel. Morgen piep je wel anders, dan staat het in alle kranten! En dan ga je achter slot en grendel in het Justitieel Complex Zaanstad!” Mark van der Hurk stond op, keek de kantine rond en wist dat er niemand zijn mond voorbij zou praten: “Wil jij net zo eindigen als Frank van Zutphen? Die was ook veel te nieuwsgierig en moest zo nodig de ‘onderzoeksjournalist’ uithangen.” Mark deed met zijn vingers een soort aanhalingstekens in de lucht bij het woord onderzoeksjournalist. Hij vervolgde: Die Zutphen, die ging helemaal buiten zijn schoenen lopen omdat hij ergens heeft gelezen dat hij ‘zo goed kan volleyballen’. Mark maakte wederom de aanhalingstekens met zijn vingers voordat hij zei: “Zutphen” en daarna met veel kracht in zijn eigen bierglas spuwde. Mike negeerde dat en ging verder: “Wat je doet is hartstikke slecht voor de volksgezondheid, mensen worden er ziek van.” Mark praatte hem na met een piepstemmetje: “slecht-voor-de-volksgezondheid. Oh-oh, wat erg. Tegen de tijd dat mensen ziek worden, lig ik allang op een handdoekje voor de kust van Qatar te genieten van mijn vroegpensioen, hahaha, sukkel.”
“Pak hem!” Riep Mark tegen twee boomlange leden van zijn knokploeg. En Mike werd binnen tien seconden naar buiten gesleurd. In een Pick-up truck gegooid en weg waren ze. Maks en Lukas hoopten dat ze in bananasplit zaten. Maar al die er kwam. Geen Frans Bauer. En Mike stond tien minuten later op een verlaten pier. Met tie wraps om de polsen en enkels. Mark zei tegen zijn knokploeg: “Marijn van Gool en Patrick van Kuijk maak het maar af. Gooi hem maar in de Zaan.” Mike dacht dat het einde nabij was, maar hoorde vrolijk gerinkel. Het was Bas, de statiegeldgraaier. Iedereen keek verbaasd, want waar kwam die gebogen vent met de grote zak over zijn schouder nou weer vandaan. Bas: “Ik weet dat Mike de waarheid spreekt, ik ga al wat langer mee in het recycle wereldje, en wat jij doet, moet een keer afgelopen zijn. Staalslakken in de Zaanse mosterd. Zo grof hoeft mijn leven niet te worden.” Mark lachte: “Hahahah, en wat denk jij dat je tegen mij kan doen, zwerver die je bent, met je vuilniszak op je rug! Hahahah.” Mark moest zo hard lachen dat hij hurkte en op de grond leunde. Bas kneep zijn ogen tot spleetjes en met één snelle zwaai van zijn tas vol blikken bracht hij Mark van der Hurk zo ver uit balans, dat deze achterover van de rand viel en na één meter met zijn hoofd op een grote aanlegpaal klapte. Daarna stortte Mark van der Hurk, als een slappe frikandel, in de Zaan. Marijn van Gool en Patrick van Kuijk liepen dreigend op Mike en Bas af. Gelukkig was Hugo met Bas meegekomen en met een zachte aai maakte hij ze intens verliefd en begonnen Marijn en Patrick direct innig te tongzoenen en over elkaars rug te wrijven. Hugo, Bas en Mike liepen met de armen om elkaars schouders weg van de pier. De zon scheen tussen de wolken door, het droogde de natgeregende kade en hun huid begon te gloeien van de vitamine D. Mike zong uit volle borst mee met Bas en Hugo: “Kampioenen! Kampioenen!” En Mike zei: “Ik krijg ongelofelijk veel zin om vanavond naar Tante Bep in Driemond te gaan.” Hugo: “Avec un Chouffe?” Mike: “Yes! En een beuker.”
gh @ VoV, verslag en foto via BB Coolstar, Gemini S.





